print this page

Jean-François Bernardini
in theater de Meervaart
zie foto's
 

Gooi de deur niet dicht

Zij hebben een lange reis achter de rug

Waar zij vandaan komen, hebben de mensen nooit meer bezeten dan een hoekje bij het haardvuur, waar zij zongen over verdriet, liefde en werk

Zij wonen in het binnenland en aan de kust

Daar, waar spreken begint met zingen, waar andermans stormen de vrede zo dikwijls wreed hebben verstoord en de harten hebben vervuld van een oud verdriet

Gooi de deur niet dicht

Zij komen voort uit een herinnering die op school niet wordt verteld, een herinnering waarvan slechts de stenen nog verhalen

Wat zij in hun hart bewaren, staat op hun gezicht te lezen

Hun woorden zijn eenvoudig en spreken van leven, van eigenwaarde, als anderen misschien denken dat er voor hen geen hoop meer is, als anderen misschien denken dat zij geen toekomst hebben

Ooit is hun gezegd dat hun taal geen taal is, dat hun grond arm is. Zij hebben erin berust.
Zij hebben het nooit geloofd

Gooi de deur niet dicht

In hun hand, als een nederig gebaar van liefde, dragen zij een boeket van hun grond, als symbool van hun bomen, hun bossen, hun genegenheid

In hun hand dragen zij ook een licht, zoals het licht dat schijnt in hun huizen, daar waar zij wonen, aan de voet van bloeiende berghellingen die zijn getooid met een kroon van stenen, muren die de sporen dragen van hun voorvaderen

Daar waar zij wonen, in hun dorpjes van grijze steen, hun kastelen met namen als gedichten, è quandu u primu ragiu si pesa nantu à u Monte Cintu, als de eerste stralen de Monte Cintu strelen, als de zon opgaat boven Calasima, dan dromen zij van erkenning, van verbondenheid, van menselijkheid

Als zij die kastelen verlaten, vult hun hart zich met heimwee, maar wat hen verbindt met hun grond verzet zich niet tegen wat hen verbindt met de mensen, alle mensen, alle volkeren

Er is geen verschil tussen hen en ons, we zijn hetzelfde, menselijk, zwak en sterk tegelijk

Gooi de deur niet dicht

Hun weg is soms donker, hun vlammetje flakkert, soms vallen zij, maar als iemand ten val komt, als een ziel verdwaalt, als een hart in verwarring raakt, reiken anderen hem de hand. De hemel zwijgt, alsof de deuren worden dichtgegooid

Als bij hen de mensen zwijgen, is het omdat zij geen woorden hebben, omdat zij zoveel te zeggen hebben, een wond, een verlangen naar genezing. Woorden die niet worden uitgesproken, schreeuwen in het diepst van hun ziel. Als bij hen de mensen zwijgen, is dat niet om het recht te vertrappen maar om het zijn loop te laten hebben

Zwijgen is hun vorm van verzet, zwijgen is hun vorm van geweldloosheid, hun schreeuw, hun grens, hun wijken voor onrecht

Het woord liefde gebruiken zij slechts omzichtig, maar het hangt overal in de lucht

Er zijn woorden waarvan zij geloven dat hoe minder je ze uitspreekt, hoe meer ze worden gehoord

Vanavond zoeken zij in gezang dat de ontmoeting met onszelf, de ontmoeting met de ander verwarmt, een vreugdevuur, het einde van een verdriet. Samen zoeken zij een woord, een blik, een gebaar dat de bergen kan doen sidderen

Als antwoord op verraad, als antwoord op vergetelheid

Gooi de deur niet dicht

(© vertaling Marlene Lokin)
Oorspronkelijke tekst: Ne fermez pas la porte van Jean-François Bernardini

  back to Textes

top home